Grand Basset Griffon Vendéen

Zoals vele lopende hondensoorten heeft ook de Grand Griffon Vendéen kortbenige soortgenoten voortgebracht n.l. de Grand Basset en Petit Basset Griffon Vendéen. De Bassets (=kortbenig) Griffons Vendéens zijn ontstaan door mutatie. Mutaties zijn erfelijk als zodanig. In dit geval is door mutatie de beenlengte verkort; men kreeg dus een grote hond op korte pootjes: Bassets.

 Foto: Linda Smets

Het is moeilijk te zeggen wanneer de eerste selectie van deze Bassets plaatsvond. In het begin heerste er grote wanorde in de fokkerij: het type was verre van uniform, en zowel ruwhaar, korthaar als zijdehaar kwam voor in één nest. Graaf Christian d’Elva, die er naast zijn meute Briquets G.V. ook een meute Bassets op na hield, was de eerste die selectie toepaste op de Basset Griffon Vendéen. Dit was rond 1880. Hij zocht namelijk naar honden met rechte voorbenen (nog steeds een vereiste bij de Grand Basset). Mr. Amboud, een fokker en jager uit Le Havre, selecteerde vooral op de kwaliteit van de vacht. Bovendien gaf hij destijds al het advies om alleen reuen met de maximale schofthoogte te gebruiken, omdat bij de Grand Basset Griffon Vendéen de tendens aanwezig is steeds lager te worden (dit geldt heden ten dage nog steeds).

Foto: Charlotte Kaffa

 

Het was echter Mr. Paul Dezamy die het type fixeerde. Hij creëerde een zeer adellijk type Grand Basset Griffon Vendéen met een machtig hoofd. Voorzien van lange soepel draaiende, laag aangezette oren en met een vertrouwde, intelligente expressie. Paul Dezamy was een fervent jager van het haas à courre en zocht daarom naar een hond met voldoende beenlengte en snelheid om een haas te forceren. Hij stelde de schofthoogte op “42 Dezamy” (=44 cm). Al snel fokte iedereen het type “Basset Paul Dezamy” daar hij als gebruikshond en qua uiterlijk, naar ieders mening, zeer geslaagd was. In de jaren ’50-’60 was dit type “Paul Dezamy” bijna volledig verdwenen en men fokte slechts nog het type “Classique”, dat in alles kleiner en fijner is en minder adel vertoont.

Foto: Charlotte Kaffa
Gelukkig heeft men onder leiding van Hubert Dezamy (kleinzoon van Paul Dezamy) het type “Paul Dezamy” weer weten terug te fokken. In de jaren ’70 verschenen de eerste fraaie exemplaren weer op de tentoonstellingen en heden ten dage zijn ze weer volop aanwezig.
Oorspronkelijk is de Grand Basset G.V. gefokt voor de jacht op haas à courre, maar tegenwoordig gebruikt men ze voor de jacht à tir op haas, konijn en ree, vos en zelfs wild zwijn. De Grand Basset G.V. is rustig van aard, verdraagzaam en lief voor kinderen en andere dieren. Hij is intelligent, stoïcijns maar ondernemend van aard en gaat daarbij zijn neus achterna.. Hij is gesteld op gezelschap van mensen of dieren. Qua maat en karakter is hij een heel plezierige huishond. De Grand G.V. is zeer gezellig, “Très sociable; zoals de Fransen zeggen. Voor een Brak is hij redelijk gehoorzaam te krijgen. Bij deze kwaliteiten zou men hem kunnen verwijten dat hij nogal eigenwijs is!
drop-pup-web

Verschil tussen Petit en Grand:
Behalve het verschil in grootte  bestaat er ook een verschil in type en karakter. Qua type kan de GBGV vergeleken worden met zijn grote broer de Grand Griffon Vendéen, terwijl de PBGV qua type lijkt op de Briquet Griffon Vendéen.

De GBGV heeft een lang hoofd, een lange snuit met een lange fraai gewelfde schedel voorzien van lange, soepel draaiende, laag aangezette oren, die minsten de neuspunt bereiken. De PBGV heeft een korter hoofd, de snuit is korter en de schedel is minder gewelfd. De oren zijn ook laag aangezet, maar draaien minder en zijn wat meer ovaalvormig; zij reiken hoogstens tot de neuspunt. De Petit en Grand Basset Griffon Vendéen hebben elk het lichaam dat bij hen past: de GBGV wat forser en ronder dan de PBGV, allebei lichtelijk verlengd. Bij de GBGV staat in de standaard hierover vermeld “zonder overdrijving” (dus geen Teckel- of Basset-hound-model) en bij de PBGV staat “zeer lichtelijk verlengd” (dus niet vierkant). Beide hebben een sabelvormige staart, die dik begint bij de aanzet en geleidelijk dunner wordt naar de punt; de GBGV een langere en de PBGV een kortere staart, natuurlijk passend in verhouding tot de totale hond.

Qua karakter bestaan er ook verschillen. De GBGV is rustiger en meer stoïcijns, niet zo onstuimig en spontaan als de PBGV. Ook de stem van de GBGV is duidelijk voller (zwaarder) van klank. Beide zijn ondernemend en eigenwijs en hebben een duidelijke eigen wil, maar dat is de Griffon Vendéen eigen! Oorspronkelijk als meutehond gefokt, stellen zij beide prijs op gezelschap, hetzij van mensen, hetzij van andere dieren.