Petit Basset Griffon Vendéen

The happy breed zoals de Engelsen hem liefkozend noemen. Het is ook moeilijk niet te glimlachen als een petit u aankijkt met zijn glimlach, die zwarte neus omgeven door een prachtige snor. En die zwarte expressieve ogen onder die zware wenkbrauwen die u vol verwachting aankijken. Wie kan er zo’n uitdrukking weerstaan? Laat u niet misleiden door uiterlijk, de Petit Basset Griffon Vendéen is geen stil afwachtend ras dat rustig wacht tot u hem aanhaalt, maar een actief ras die het wel komt halen als het het nodig vindt om aangehaald te worden.

petit-web

In de tijd dat de Grand Basset G.V. Furore maakte als veelzijdige gebruikshond, was er de wens bij de vele kleinere jagers een kleinere basset te hebben, maar met dezelfde eigenschappen als de Grand Basset G.V. Al vanaf de oprichting in 1907 van de Club du Griffon Vendéen in Frankrijk bestond er weliswaar een basset à Petite Taille (34-38 cm)maar men dezelfde raskenmerken als de Basset à Grande taille (toen nog 38-42 cm met 2 cm extra voor uitzonderlijk goede honden). Het resultaat van deze Petite Taille was dus een Grand Basset op korte pootjes, waarbij de oren door het stof sleepten en het lichaam veel te fors was voor deze “kleine” Basset, waardoor ze geen uithoudingsvermogen hadden. Ze misten de snelheid en de levendigheid en waren bovendien in het onderhoud net zo duur als de Grand Basset; hun magen waren n.l. niet gekrompen. Ook was het voor deze honden toegestaan een krom of halfkrom front te hebben.

Al met al niet zo’n ideale hond. De toenmalige voorzitter van de franse Club, Mr. Abel Dezamy, nam het heft in handen en stelde aparte raskenmerken samen voor de kleine Basset, welke werden aangenomen door het comité van de club. Daardoor kreeg de Petit Basset Griffon Vendéen pas na de 2e W.O. een eigen erkende rasstandaard. Deze standaard typeerde de Petit Basset Griffon Vendéen als een hond die in alle onderdelen een harmonieuze verkleining was van zijn grote broer, de Grand Basset G.V., maar met behoud van diens jachtkwaliteiten. Dit bleek succes te hebben! Natuurlijk duurde het een aantal jaren voordat men het type kon stabiliseren. De ontwikkelingen van het nieuwe type werd behoorlijk vertraagd doordat men de Petit en Grand Basset Griffon Vendéen nog door elkaar mocht fokken. Er werd onderling gekruist, en naargelang de grootte van de nakomelingen werden ze ingeschreven als Petit of Grand (met stamboom!). Zo konden er dus in één nest Petits en Grands voorkomen! Sinds in 1976 de standaarden voor de verschillende Griffon Vendéen rassen werden herzien, werd het verboden de Petit en Grand Basset Griffon Vendéen te kruisen. In Nederland hebben we inmiddels al Petits Bassets, die tot in de 5e à 6e generatie zuiver gefokt zijn, d.w.z. dat er onder de voorouders op de stambomen geen Grands Bassets meer voorkomen. Een Petit Basset Griffon Vendéen met bijlage stamboom is beslist niet meer nodig!

Foto: Kim

Sinds de Petit Basset (in zijn echte Petit-vorm) zijn intrede heeft gedaan, is hij zeer populair geworden onder de franse jagers. Hij is een manusje van alles, de ideale metgezel van de jager op konijn, fazant en ander klein wild. Dit kleine, zeer levendige hondje is de gebaarde duivel van het kreupelhout. Hij bezit alle geestelijke kwaliteiten om de naam Griffon Vendéen te rechtvaardigen: passie voor de jacht, geestdrift, onverschrokkenheid en intelligentie. De Petit Basset Griffon Vendéen is een snel, compact, krachtig, zeer levendig hondje, vrolijk, zelfbewust en ondernemend van aard. Hij is lief en graag in gezelschap van mensen en dieren, maar ook eigenwijs en onafhankelijk. Voor een Brak is hij met een consequente opvoeding redelijk gehoorzaam te krijgen. Qua maat en karakter is het een heel plezierige huishond.

Foto: Anja MellemaVerschil tussen Petit en Grand Basset Griffon Vendéen

Behalve het verschil in grootte , bestaat er ook een verschil in type en karakter. Qua type kan de GBGV vergeleken worden met zijn grote broer de Grand Griffon Vendéen, terwijl de PBGV qua type lijkt op de Briquet Griffon Vendéen.

De GBGV heeft een lang hoofd, een lange snuit met een lange fraai gewelfde schedel voorzien van lange, soepel draaiende, laag aangezette oren, die minsten de neuspunt bereiken. De PBGV heeft een korter hoofd, de snuit is korter en de schedel is minder gewelfd. De oren zijn ook laag aangezet, maar draaien minder en zijn wat meer ovaalvormig; zij reiken hoogstens tot de neuspunt. De Petit en Grand Basset Griffon Vendéen hebben elk het lichaam dat bij hen past: de GBGV wat forser en ronder dan de PBGV, allebei lichtelijk verlengd. Bij de GBGV staat in de standaard hierover vermeld “zonder overdrijving” (dus geen Teckel- of Basset-hound-model) en bij de PBGV staat “zeer lichtelijk verlengd” (dus niet vierkant). Beide hebben een sabelvormige staart, die dik begint bij de aanzet en geleidelijk dunner wordt naar de punt; de GBGV een langere en de PBGV een kortere staart, natuurlijk passend in verhouding tot de totale hond.

Qua karakter bestaan er ook verschillen. De GBGV is rustiger en meer stoïcijns, niet zo onstuimig en spontaan als de PBGV. Ook de stem van de GBGV is duidelijk voller (zwaarder) van klank. Beide zijn ondernemend en eigenwijs en hebben een duidelijke eigen wil, maar dat is de Griffon Vendéen eigen! Oorspronkelijk als meutehond gefokt, stellen zij beide prijs op gezelschap, hetzij van mensen, hetzij van andere dieren.